Oosteinde

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte

Sultansmeer

Bron: www.wmd.nl    NV Waterleidingmij Drenthe.

Ruinerwold
ligt centraal in de gemeente De Wolden. Halverwege de 12e eeuw schonk de bisschop aan Utrecht een moerassig gebied tussen Meppel en Ruinen aan het klooster te Ruinen. Het natte gebied werd met behulp van de monniken ontgonnen, waardoor er na verloop van tijd een bewoonbare omgeving ontstond waar men boerderijen vestigde. Ruinerwold is voortgekomen uit het "Buddinge en Haakswold", dat als zelfstandig schoutambt tot de Heerlijkheid Ruinen behoorde. Het is pas in 18e eeuw de naam Ruinerwold gaan dragen. Ruinerwold is eentypisch plattelandsdorp. Samen met de dorpen Berghuizen en Oosteinde ligt het verspreid over een uitgestrekt agrarisch landschap. In de omgeving liggen prachtige natuurgebieden zoals het Sultansmeer; een plas die is ontstaan door turfwinning.

Plattegrond en wandelroute Sultansmeer

 

 

Sultansmeer, WMD waterwin gebied

Grootte terrein: 11,5 hectare
Soort natuur: grasland, bos en water

 

Het waterwingebied ligt ten oosten van het dorpje Ruinerwold, op de westelijke rand van het Drents Plateau. Even ten zuiden van het terrein ligt het smalle beekdal van het riviertje Wold Aa.

Grasland
Ruinerwold is een gebied met droge en natte delen. Op de droge delen vindt u plantensoorten als de echte witbol, veldzuring en kamgras. Op de lage, vochtige delen vindt u geknikte vossenstaart en fioringras. Daar vindt u ook een blauwgraslandvegetatie. Vanuit de verte gezien heeft dit grasland een blauwe gloed.

Bos
De bossen bestaan grotendeels uit wintereiken en beuken. Op de nattere gedeeltes vindt u elzen en wilgen. De Waterleidingmaatschappij Drenthe (WMD) ruimt het strooisel op en kapt selectief. Zo komt er meer licht naar binnen. Door dit licht kunnen plantensoorten zoals salomonszegel, dalkruid en wilde lijsterbes, zich beter ontwikkelen.

Dierenleven
In de bossen komen typische bosvogelsoorten voor, zoals: de bonte specht, bosuil, steenuil, sperwer. Er komen ook zaadetende vogelsoorten voor, zoals de pimpelmees, spreeuw en de boomkruiper. Verder zijn er sporen van reeën aangetroffen en kunnen we hazen, konijnen en fazanten tegenkomen.

IJskelder
Aan de westzijde van de Koekangerweg bevindt zich een oude ijskelder. Een ijskelder is een grote hut onder het zand. De boterfabriek bewaarde er ijsblokken. Dit ijs was nodig voor de koeling bij het maken van boter.

Nestkasten
Stichting Vogelonderzoek Nederland (SOVON) heeft 80 nestkasten geplaatst door het hele gebied. Vrijwilligers tellen en ringen elke week de vogels en hun jongen of eitjes.

Sultansmeer
Het Sultansmeer is een veenplas. Deze plas is later afgegraven voor de winning van veen. De plas is slechts 2,5 meter diep. Daardoor is vegetatie-ontwikkeling vrij beperkt. Bij de plas komen diverse watervogels voor, waaronder de watersnip en de aalscholver. Bij de plas komen plantensoorten voor die van voedselrijk water houden, zoals:

  • de kalmoes
  • de waterscheerling
  • de gele plomp
  • waterzuring

Wintertijd Sultansmeer

Voormalig Pomstation

Sultansmeer en Wold Aa vanuit de lucht.

Vissen in het Sultansmeer
Deze plas ligt in een rustige omgeving en is ontstaan als gevolg van vroegere turfwinning.
Het Sultansmeer is in gebruik van de visvereniging

De Ruisvoorn en biedt aan menig sportvisser een prachtige stek. Er is een vissteiger aangelegd.

Sultansmeer ontstaan door Turfwinning of Verevening
Vervening; vaak ook vervenen of veenderij genoemd, is het verwijderen van een veenbodemlaag. Het delven van veen was honderden jaren een lucratieve bezigheid omdat het in de vorm van turf
de belangrijkste beschikbare brandstof was. Na afgraven of wegbaggeren van het veen werd de
grond geschikt gemaakt voor landbouw, maar in laag gelegen gebieden bleven er vaak grote
veenplassen over.

Voor het winnen turf zijn in Nederland uitgestrekte gebieden verveend. Het aanwezige hoogveen en laagveen is op grote schaal afgegraven of weggebaggerd.

Natte vervening
Na het introduceren in de Lage Landen van de al enige eeuwen in East Anglia in gebruik zijnde baggerbeugel werd vanaf de 16e eeuw ook het veen onder de waterspiegel weggebaggerd.
Deze praktijk wordt slagturven of veentrekken genoemd. Als gevolg ervan ontstonden twee tot drie meter diepe trekgaten. Het uitgebaggerde veen werd te drogen gelegd en in turven gesneden
op daarvoor bedoelde legakkers, langwerpige stukken land die doelbewust niet werden ontveend. Als de turven door en door gedroogd waren werden ze vervoerd naar stad of dorp om als brandstof te dienen.

 

 

Zoeken op website